zaterdag 17 september 2011

Tadaima!

Tadaima betekent vrij vertaald 'ik ben thuis'. Nu ik terug in Nederland ben heb ik eigenlijk al geen zin meer om mijn blog voor de laatste keer bij te houden. Maar we sluiten de zaken netjes af. 

De laatste dag die ik in Japan doorgebracht heb ging ik samen met Shu, Aliya en Jasmijn yakiniku (soort van mix tussen barbecueen en gourmetten) eten in Minoh en heb ik mijn telefooncontract opgezegd. Dat kostte me 12000 yen, chikusho! De laatste hand gelegd aan mijn baggage. Gelukkig mocht ik twee keer 23 kilo ruimbaggage meenemen. Maandagochtend gingen Aliya en Eri mee tot aan het station van de monorail en Shu hielp mee met de baggage tot aan het station waar ik op de bus naar Kansai Airport zou stappen. Omdat het nog maar 5 uur 's ochtends was, was het hek nog dicht en moesten wij als dieven in de nacht (of mensen die naar karaoke zijn geweest in Onohara) een sluiproute nemen. Aangezien ik mij volledig besefte dat ik uit dit jaar alles gehaald heb wat er in zit, was ik niet zo heel bedroefd moet ik zeggen. Ik heb zelfs dezelfde foto kunnen maken vanuit de bus als tijdens mijn aankomst in Japan. 




De eerste blik op Osaka - de laatste blik op Osaka. Nog even genieten van het feit dat er alleen maar slapende salaryman in wit en zwart om je heen zitten. Ik vloog samen met Karina, maar zij was door haar gastgezin naar het vliegveld gebracht. Ik voegde mij een half uur later in de rij bij Lufthansa. Die rij stond er omdat er een defect was aan een vliegtuig waardoor er een nieuwe ingezet moest worden die twee uur later zou vertrekken. Dan moeten ook alle aansluitende vluchten omgeboekt worden. Dat was bij mij geen probleem, het vliegtuig van Frankfurt naar Amsterdam bleek half leeg... We kregen een bon van 1000 yen om ergens te gaan eten, dus dat deden we maar. 




Ik vond in mijn handige tasje voor paspoort en andere dingen die je beter niet kwijt kunt raken dit kaartje van het CJLC. Dat moest je zichtbaar bij je dragen op de dag dat je met de taxi van het vliegveld werd gehaald! Lang geleden? Kort geleden?


Bij de douane werd onze verblijfsvergunning afgenomen... En bij de baggage check de koekjes die Karina van haar gastouders had gekregen, d'r zat een of ander vloeibaar iets in. 



We konden helaas niet naast elkaar zitten. In het aanbod van films vond ik Roman Holiday en mijn gegrinnik leidde ertoe dat het Japanse opaatje naast mij dezelfde film ging kijken. Hij was op weg naar Italie. Wat nog erger was is je lachen in proberen te houden tijdens Desperate Housewives. Vooral als de zin 'I didn't know he was some kind of jurassic jiggler' voorbij komt. Ik vond de de Duitse stewardessen vrij lomp en bedreigend, maar daar hadden ze blijkbaar rekening mee gehouden, want mijn gangpad had een Japanse steward. In Frankfurt moest ik er toch aan geloven, dat afschuwelijke labyrint en alle Japanners in een keer verdwenen! Help! Ik nam afscheid van Karina en sjouwde naar de volgende gate, waar mijn afschuw nog werd vergroot doordat ik onderworpen werd aan een bodycheck. Dat is nog niet zo erg, ik doe immers full contact karate, haha, maar die Duitse vrouw zei 'Was haben wir denn in den Tasche?'. Wir? Wir? Vanwaar zo'n toon? Uiteindelijk was ik gewoon vergeten mijn portomonnee uit mijn broekzak te halen. Even later had mijn Grover handpop uit Universal Studios een encounter met een aardige meneer die mij vertelde dat hij Grover heet. Vervolgens moest ik nog twee uur wachten samen met espresso gratis verstrekt door Lufthansa. De vlucht van Frankfurt naar Amsterdam was onvoorstelbaar mooi. Boven de wolken, volle maan, in de verte Jupiter. Precies zoals bovenop de berg Fuji. Schiphol is dan weer best wel een schattig vliegveld. Het is net zoals wanneer je vanuit Bocholt de grens over naar Nederland gaat. Plotseling zijn daar welverzorgde Dick Bruna achtige verkeersborden en paddestoelen van de ANWB. 
Maar minder is de bevolking van Winterswijk. Even een sprong in de tijd. Wat is iedereen toch dik en lomp. Moest ook die Wilders met z'n geblaat weer op TV zien. Goed, nou hebben we het gezeur gehad, want er zijn natuurlijk ook genoeg goeie dingen aan thuis komen. Mijn ouders stonden vol verwachting op Schiphol en toen we rond een uur of twee 's nachts thuis kwamen bleken mijn oom, tante en mijn neefje en nichtje Polak de serre versierd te hebben, inclusief zakken drop en stroopwafels! 
Het was wel heel eng stil in het Woold en koud. In Japan was het al een paar maanden niet onder de 30 graden geweest. Bovendien zijn de krekels geen seconde stil. 

Ik heb in mijn vorige post gezet dat ik mijn speech zou vertalen. Nou ben ik daar aan begonnen, maar het is minder interessant in het Nederlands. Ik zal dus enkele delen vertalen. In de eerste alinea haal ik Okinawa aan als zijnde 'dit is ook Japan', vanaf de tweede alinea een vertaling:

(...)

Waar ik bijzonder van genoten heb zijn de studiereizen en toneelbezoek. De eerste studiereis naar Fukui prefectuur was indrukwekkend. Ik zal nooit de door geheimzinnige mist omgeven Eiheiji tempel vergeten. Later raakte ik er aan gewend, maar de door een gids begeleide reis, de schone toiletten bij de tankstations en de goedbedoelde maar overbodige waarschuwingen van de busschauffeur waren roerend. Als je zegt dat toiletten roerend zijn, dan zou je de ryokan [hotel], onsen en het Japanse diner het paradijs kunnen nomen. 
Men schijnt te denken dat ik altijd aan het eten ben. Hierbij mijn bekentenis. Ik ben verliefd geworden op de Japanse keuken. Let wel, uitgezonderd natto [waar je net zo ongelukkig van wordt als de meeste Japanners van drop]. Nu begrijp ik de TV programma's waarin Japanners een gerecht uitproberen en vervolgens tot tranen geroerd zijn. 
De studiereizen waren bovendien een tijd waaraan ik met mijn vrienden vele goeie herinneringen heb gemaakt. Niet alleen toen, maar maar ook tijdens de rest van het jaar heb ik mij die voorvallen herinnerend krom gelegen van het lachen. En dat alles al grappen makend in het Japans. Dit had ik mij voordat ik hier kwam niet voor kunnen stellen.

(...)

Iedereen heeft van punkband tot kyudo [boogschieten] zo zijn of haar eigen hobby en aan allerlei activiteiten deelgenomen. Ik ben 11 jaar geleden een karate dojo binnengestapt. De weg van karate volgend raakte ik geinteresseerd in Japan. Ik ben lid geworden van een dojo in Osaka en daarmee kwam een droom waar. Niet alleen door mijn mede-karateka, overal werd ik hartelijk ontvangen en er was geen moment waarop ik mij alleen voelde.

Ik doe onderzoek naar meisho [beroemde plaatsen] en heb onder begeleiding van Shibata sensei en Gonoji sensei vele interessante ontdekkingen gedaan. Vorig jaar september kwam ik voor het eerst naar Japan. Daarvoor had ik nog nooit een echte meisho gezien. Ik nam eens een kijkje en ik dacht in eerste instantie 'wat is het hier levendig'. Veel Nederlanders vinden juist de plekken waar nog wat te ontdekken valt het ideale vakantiegebied. Oftewel fumeisho [dit is een woordspeling die neerkomt op 'onbekende plaats']. Over dat onbekende gebied kun je dan later een avonturenverhaal vertellen. 
Wij uitwisselingsstudenten hebben de meisho 'Japan' een jaar lang kunnen ervaren. Wij vertellen over hetgeen we hier gezien en hebben en de mensen die we hier ontmoet hebben aan onze vrienden en familie. Het geijkte beeld van 'samurai, geisha, kamikaze' kunnen we veranderen en het is de rol van uitwisselingstudenten om onze ervaringen in het bekende en onbekende Japan aan andere mensen door te geven. Vooral na de aardbeving voelde ik de macht van 'informatie'. De situatie in Japan werd in het buitenland op verscheidene wijzen geinterpreteerd. Mijn professoren uit Leiden kwamen een voor een op TV en radio. Hoewel ze naar alle waarschijnlijkheid niets weten van radioactieve straling, gaven ze antwoord op allerhande vragen over Japan. Ik wil graag geloven dat dit het weloverwogen advies van de Nederlandse regering heeft beinvloed. [Ik bedoel, als je geen genuanceerd beeld hebt van een land, dan zou wel eens het idee kunnen ontstaan je eigen oplossingen of reacties beter zijn.] Ik bid dat het moment waarop wij commentaar moeten bieden op zo'n ramp nooit zal komen, maar ook wij hebben nu de plicht om een brug tussen culturen te vormen. 

Dit jaar was het mooiste jaar van mijn leven, dat staat al vast. Ik dank de leraren en medewerkers van het Center for Japanese Language and Culture vanuit het diepst van mijn hart. Vrienden en klasgenoten, ik wens jullie alle succes. De wereld die wij in dit ene jaar met elkaar gemaakt hebben zal hoe dan ook niet terugkeren, maar vanaf nu kunnen we elkaars landen bezoeken, nietwaar? Tot slot zou ik een advies willen geven aan mijn klasgenoten van het onderzoeks traject: Stop alsjeblieft met je eigen onderzoek, het onderwerp waar je interesse naar uit gaat, met de woorden 'het is nogal saai, maar...' te introduceren. 'Saai' is niet een eigenschap. Als je denkt dat iets interessant is, dan moet je dat over proberen te brengen. 

Hiermee was mijn speech afgelopen. Hiermee is ook mijn blog afgelopen. Aangezien ik weer in Nederland ben, kunnen jullie de rest uit mijn eigen mond horen. Vraag vooral alles wat je wilt weten, dat is mijn rol! Dat ik weer in Japan kom is natuurlijk boven alle twijfel verheven, maar ik ben benieuwd in hoeverre ik de landen waarvoor ik uitnodigingen heb ontvangen kan bezoeken of dat er vriendinnen naar Nederland komen. Ik heb bij niemand geld op de rug zien groeien helaas. Nu ik in Japan zoveel plaatsen en festivals met optochten bezocht heb vraag ik mij eigenlijk af waarom ik in eigen land bijvoorbeeld nog nooit Prinsjesdag heb meegemaakt. Het is nog vlak naast de deur ook. Dit jaar op mijn verjaardag, wanneer het precies een jaar geleden is dat ik naar Japan vertrok. 

Bij thuiskomst: mijn vader heeft een fototentoonstelling ingericht met als thema Japan. Zelfs mijn gastouders en Fushimi-san kijken mij glimlachend aan.  


En Takarazuka blijkt toch op waardering te kunnen rekenen. Ik zei het toch! 


Kankei nai desu kedo... Het heeft er niets mee te maken, maar... (Ito sensei, terwijl hij trots zijn nieuwe Macbook Air liet zien) mijn vader toverde deze CD tevoorschijn tijdens de rit terug naar Leiden. Luister ernaar. Een fantastische vertolking. Als ik u wat westerse cultuur mag aanbieden. 


Flourish. ^_^ Exeunt. 

zaterdag 10 september 2011

Afstuderen

Mijn programma nadat ik terug kwam van Okinawa leek net een puzzel. Op donderdag ging ik eerst naar Gonoji sensei om mijn speech na te kijken, toen naar Umeda om mijn vliegticket op te halen. Nooit gedacht dat ik me in een wereldstad als Osaka op mijn gemak zou voelen. Of licht dat aan het feit dat die wereldstad in Japan is? Daarna ging ik naar station Takarazuka vanwaar ik met Nukita sensei naar het theater liep.  Ze liet mij zien waar de winkel met tweedehands DVD's etc. is. Nu zijn die DVD's nog altijd duur. Maar ik heb voor een prikkie bladmuziek op de kop getikt. Sommige foto's op de cover zijn echt een giller, zo jaren '90, maar de sensei, die zelf ook piano speelt: 'neem deze, zij was echt een geweldige Oscar!' Het toneel, The Man in the Iron Mask/Royal Straight Flush!, was deze keer echter bar slecht. Je zou de scenarioschrijvers een schop onder hun hol willen geven. Want behalve voor het publiek is het ook niet interessant voor de actrices. (Al heeft Nukita sensei daar zo haar eigen ideen over: Otozuki Kei, de topstar van yukigumi, doet over het algemeen niet haar best.) Het is bovendien niet grappig om grappen over marteling te maken. Men was not amused. Een indianentooi is niet cool maar kinderachtig. Het kleurgebruik en ontwerp was wat mij betreft ook niet interessant. Er zat geen lijn in. Maar in het museum, waarvan ik niet wist dat het er was, heb ik de kostuums en tekeningen van Romeo en Juliette gezien.  

Jasje van Tybalt
Model van het gemaskerd bal
Romeo (Otozuki Kei, maar de Romeo van Yuzuki Reon (hoshigumi 2010) was veel beter...)
De volgende ochtend ontving ik eerst via de mail mijn resultaat van de N1 Japanese Language Profieciency Test. Niet gehaald. Dikke ergernis, niet dat ik dacht dat ik het zou halen (in eerste instantie), maar de rest heeft het wel gehaald. Er was geent tijd om hier over te treuren, om kwart voor elf was de afstudeerceremonie waar ik als een schattige musumeyaku naartoe ging. We ontvingen een voor een ons certificaat. Ik zat met twee andere studentes vooraan. Na een toespraak van een belangrijke sensei waren wij aan de beurt. Eri: 'Toen ik de speech van dat eerste meisje hoorde, dacht ik, o jee, Aafke...' Ja, ik kan geen hout van keigo (erend Japans). Maar in dit geval was originaliteit een groter succes. Ik zal hierna een vertaling plaatsen, dat zal zo'n beetje de afsluiting van mijn blog worden! Of willen jullie weten wat ik in Leiden allemaal uitspook? Vast minder spannend. Al komt de volgende afstudeerceremonie er alweer aan. 29 september studeer ik af voor mijn bachelor en ik ben toegelaten tot de Research Master Area Studies: Asian Studies in Leiden (in totaal twee jaar). De eerste colleges ga ik helaas missen, maar goed, het gaat maar om een week. 
Bovendien, niet te vergeten, na de afstudeerceremonie heb ik meteen een extra N1 JLTP studieboek gekocht. In juli 2012 een nieuwe poging, december is te snel, geen broddelwerk deze keer. Overigens gaan degenen die een  cijfer onder de zeven hebben gehaald hem nog een keer doen. Zouden er in andere talen ook een woord als 'zesjescultuur' zijn? Kan het me van de meeste landen niet voorstellen, als je zo hoort waar ze op de middelbare school aan onderworpen zijn. (Daarentegen voeren de meeste studenten op de universiteit in Japan vrij weinig uit, voor wie het nog niet wist.) 

Ruta! Morgen terug naar Litouwen, maar ik kom die kant op!
Jasmijn, Shu, Eri


Alle J-course studenten (uitgezonderd enkele vroege vertrekkers)
Shibata sensei in pak, eindelijk hebben we het voor elkaar.
En Gonoji sensei, met halo van literairwetenschappelijk vernuft 
Ik dacht even snel die speech te vertalen, maar het gaat toch moelijker dan ik dacht. Misschien moet ik eerst maar eens terug naar Nederland om te herinneren hoe je normaal Nederlands praat. Ik zal hem in een aparte post plaatsen. Mijn Nederlandse vertaling is vast minder, maar ik werd door verschillende sensei aangesproken dat ze 't mooi vonden. Eri: 'Heb ik met deze persoon een jaar in hetzelfde huis gewoond? Ik had het idee dat die laatste woorden rechtstreeks aan mij gericht waren.' Haha. Kijk, toen was ik N1 alweer vergeten. Wat die laatste woorden dan wel waren zal later in het Nederlands verschijnen. We kregen later op de dag onze cijfers en behalve dat alles boven de acht is :), viel mij op dat ik qua niet-taalvakken twee keer geschiedenis heb gekozen en de rest alleen maar literatuur. Ook toneelgeschiedenis etc valt onder literatuur. 

Okinawa sono ni!

Creatief met baggage. Vandaag ben ik aan het inpakken en natuurlijk komt er vanalles tevoorschijn dat 'eigenlijk mee moet'. Het leukst is wel het drie kilo zware pakket met dubbele uitgave van onze scripties. De meeste studenten gooien de helft weg, maar ik heb Gonoji sensei belooft een uitgave aan de Universiteit Leiden te schenken. Ze zullen vast een gat in de lucht springen. Eigenlijk heb ik geen tijd om te bloggen, maar ik waag een poging tot we vanavond 'foto's gaan kijken, gelieve koek en zopie mee te nemen'. Ofzoiets. 


Woensdag kwam ik terug uit Okinawa en bleek mijn MacBook geen leven meer te geven. Na briljant advies uit Nederland van Saskia die net als ik aan het bedenken is hoe zo snel mogelijk weer in Japan te geraken, kwam hij vandaag zowaar weer op gang. Vandaar enige vertraging in de berichtgeving. 


Ik had mij lichtelijk verheugd op een kleiner vliegtuig, maar aangezien nu het toeristenseizoen is gingen we met een 777. In maart was de animo inderdaad niet groot. Samen met mijn buurvrouw Aliya (Azerbaidzjan) vertrokken we vanaf Osaka Airport. Dat wil zeggen dat ik alle vliegvelden van de Kansai nu aangedaan heb, geloof ik. Bise-san kwam ons van het vliegveld halen. Na een bezoek aan de beroemde Okinawa Budokan gingen meteen door naar het noordelijk gedeelte van Okinawa. 'Okinawa is de bakermat van het karate' zo las ik altijd op de middelbare school. De Okinawa Budokan lijkt op een samurai helm. Van binnen is de architectuur ook interessant: beton, hout, af en toe eenvoudig glas-in-lood. Bijna alle gebouwen in Okinawa zijn van beton. De huizen in Osaka zouden bij de eerste de beste tyfoon met de grond gelijk gemaakt worden. Ik ben stiekem de mat opgeslopen op de derde verdieping. Helaas waren er geen lessen gaande. 


Het netwerk van Bise-san is indrukwekkend en bestaat uit allerlei vrijdenkers en kunstenaars. Langs de kust zijn allerlei eilanden die sinds kort een voor een door een brug met het vasteland verbonden worden. 



Na wat sightseeing gingen we naar een schijnbaar beroemde sushi-chef, een kennis van Bise-san. De sushi en ook de mango die we van een stamgast kregen waren hemels, maar wat nog interessanter was, was dat ik mij in een scene van Kill Bill waande. Een sushi-chef op Okinawa die 'Irrasshaaaaai' zegt? Da's Hattori Hanzo! Als hij daarna ook nog 'welcome' had gezegd... Wie niet weet waar het over gaat: (Er wordt niemand aan mootjes gehakt in deze scene.) 


Vervolgens togen we naar pension Ken Ken, waar we eerder ook geweest zijn. Daar waar een eindeloze hoeveelheid curiosa opgestapeld is. Deze keer konden we er overnachten. Bise san ging bij haar bejaarde moeder aan. 




De eigenaar van Ken Ken is architect en dit huis heeft hij zelf gebouwd. De benedenverdieping verhuurt hij. Wij konden er toevallig overnachten en waren maar met z'n tweeen, maar de kamer die je hierboven ziet heeft ook een tweede (open) verdieping met tatami, waar een groep kan overnachten. Gitaren, sanshin (Okinawaanse shamisen), keyboard, karaoke set, vreemde snuisterijen, een groep hippies zou zich in het walhalla wanen. 
De volgende dag gingen we naar het Okinawa Churaumi Aquarium, het op een na grootste aquarium ter wereld, waar zelfs walvishaaien te zien zijn. Ook de kleine aquariums, waar iedereen in het half duister enthousiast foto's van nam, waren net expressionistische schilderijen. Over het ontwerp van ieder afzonderlijk aquarium was duidelijk nagedacht.



Het strand - nou ja, riffen - waar we in maart ook geweest waren deden we nu weer aan. Deze keer kon ik er tussen de tropische vissen zwemmen! Geweldig! Aliya was bang voor de rotsen of het water of de vissen en ik heb haar pas later op een andere plek kunnen overhalen om wat verder het water in te komen en die fantastische wereld te aanschouwen. (Dat je schoolslag kunt is internationaal gezien al heel wat, heb ik gemerkt.) Na nog enkele interessante bezoeken aan Bise-san's bekenden en allerlei traktaties togen we terug naar de hoofdstad Naha. Daar kwamen we langs een bevriende banketbakker. Dus maar even een praatje, gebakje en de foto's bekeken van zijn kunstzinnige taarten. Bij Bise-san thuis sliepen we op een futon in de Japanse kamer, maar de volgende dag werden we geintroduceerd bij de buren. Tamaki-san, tennisleraar van beroep, nam ons mee naar een Chinees restaurant. Hij heeft thuis een soort van prive schooltje en leerlingen en gasten uit het buitenland komen vaak overnachten. Het schijnt dat de kinderen uit de buurt ook rechtstreeks bij hem naar binnen lopen. De deur doet hij niet op slot. We hadden de studeerkamer en de slaapkamer boven tot onze beschikking, inclusief laptop, zodat ik mijn speech kon schrijven voor de afstudeerceremonie. Aangezien we een volle agenda hadden, gebeurde dat 's nachts terwijl Aliya lag te pitten.  
De volgende dag gingen we naar een zandstrand waar Aliya in een zwemband ronddobberde en ik een hoop verschrikkelijk zout water slikkend baantjes trok. Maar op een gegeven moment verscheen er een zwemclub die in colonne heen en weer ging racen. Op Okinawa doet in tegenstelling tot Osaka bijna iedereen sport. Het examen voor sportleraar (beroep van de man en oudste dochter van Bise-san) bestaat steevast ook uit het behalen van de zwarte band karate. 



Made in Philippine?
'S middags deden we Kokusai-dori aan, de bekende toeristische camp straat en Shuri castle. Ik was daar al binnen geweest, dus ik wachtte buiten op Aliya. Daar raakte ik in gesprek met een oud-piloot van de Japanese Self-Defence Forces. Het was vrij droevig, hij had niks meer om handen en als piloot heb je natuurlijk ook een status die je in een klap kwijt bent. Dat verklaarde waarom hij na 'waar kom je vandaan' direct de mysterieuze vraag stelde 'op welke leeftijd gaat men met pensioen in Nederland?' Over het leger gesproken. In Kokusai-dori was een winkel met leger 'souvenirs' waar ze doodleuk speldjes van de NSDAP met hakenkruis verkochten. Ik zeg daar wat van tegen de verkoopster, maar die begreep niet dat als ik zeg dat dat in Europa niet zou kunnen, dat ik haar niet aan het prijzen ben... 
Ik zal de rest samenvatten. We hebben Thais gegeten en zijn naar het strand geweest met de middelste dochter van Bise-san, Chihiro. Chihiro komt volgende week voor een jaar naar Engeland en ik zal haar in Nederland rondleiden. We hebben een grote druipsteengrot bezocht en ons vervolgens een weg gebaand door de souvenirwinkels. We hebben tennisles gehad van Tamaki-san. We hebben sushi en aardappelsalade gemaakt voor hem en zijn vrouw. Een geweldig mens. Tamaki-san is een denker en zorgde op de basisschool voor zielige hondjes enzo. Zijn vrouw kijkt met een biertje en een enorme hoeveelheid sushi naar horrorfilms. Tamaki-san roept vanuit de douce: 'Kun je kleren brengen'? Antwoord: 'Ga zelf maar halen in je blote reet!' Terwijl ze tussen de rondslingerende kleren een Sesamstraat shirt uitvist. Zie ook het eh... 'omgekeerde' peace teken. 



'Oh, als hij even oud is als je vader, mag je hem wel papa noemen' ^^
Aliya had een verschrikkelijk eng insect gevonden. Het bleek een yamori te zijn, oftewel 'de beschermer van het huis'. Dat ze er zijn is juist een goed teken. Mevrouw Tamaki: 'Nee hoor, die maak ik niet dood, het is een kami. Je kunt de wc beneden wel gebruiken. Maar daar kom je ze ook tegen hoor!' Dus kon ik telkens de vloer gaan checken voordat Aliya naar de wc durfde. De laatste dag zijn we naar een soort van mini-waddenzee met mangroven geweest. Het stikte er van de krabbetjes. We ontbeten in een tentje waar Tamaki-san vaak komt en waar hij gelijk een grote bestelling schaaf-ijs deed. Voor de tenniswedstrijd dit weekend. Vanaf drie jaar. Bise-san kwam ons tegemoet met de auto. 'Oh, van wie is dit tentje dan? He, ik ken ze niet. Wacht, ik ga even binnen kennismaken...!' 


We waren bij Shuri Castle toevallig Eri, Galya en Reina (tutor van Eri) tegengekomen die een paar dagen na ons naar Okinawa kwamen. Op de terugweg hadden we hetzelfde vliegtuig. Reina gaat vanaf oktober in Vancouver studeren. Het lijkt wel alsof iedereen in het buitenland gaat studeren. 


Ik zal het vervolg, over afstuderen etcetera, in een volgende post schrijven! 

donderdag 1 september 2011

Afscheidsfeestjes en nieuwe ontmoetingen

Gauw een berichtje voordat ik naar Okinawa vertrek. Hetgeen er de verleden dagen gebeurd is, is na die reis wellicht alweer vervaagd. Eerst was daar mijn afscheidsfeestje van karate. 

Als je je afvraagt waarom de gehurkte jongen links zit te huilen, de sensei had hem net verteld dat hij voor zijn zwarte band op mag... 

De twee dames komen niet al te vaak naar de les en ook tijdens de laatste training was ik omringd door heren. Ik moet zeggen dat het betere sparringpartners zijn dan de dames. Na de les gingen we naar een cafe/restaurantje waar onwaarschijnlijk lekkere hapjes op tafel kwamen. De woorden die ik gebruik hebben een soort van polder-bijklank, maar ik heb het over schelpdieren, sashimi en een heleboel dingen waarvan ik de naam niet weet maar erg lekker waren. Honda-san probeerde mij er eerst nog van te overtuigen dat we naar een 'natto-speciaalzaak' gingen. Natto is bekend als een van de meest oneetbare (in ieder geval voor buitenlanders) gerechten van Japan. Je wordt er net zo ongelukkig van als de meeste Japanners van drop. Ik heb van Wada sensei een WK 2011 memorial karategi gekregen. Ik ben nog steeds aan het denken met wat voor Nederlands product ik dit geweldige cadeau kan beantwoorden. Ik heb tot nu toe altijd het pak gebruikt dat ik 11 jaar geleden gekregen heb (ja, toen betaalden mijn ouders dat nog) als witte bander. Met later een opgestikt borduursel van de Shin Kyokushin toen we naar die bond gingen. 
Na tenslotte een heleboel osu en handenschudden en tien keer met z'n allen mae-tsuki met kiai (voorwaartse stoot, zo sluit je een les altijd af in Japan) een of ander liedje en nogmaals osu en handen schudden zwaaide mijn Japanse Kyokushin-familie mij uit en liep ik voor de laatste keer terug naar het station van Suita. Het was echt geweldig om een jaar, mijn 11e karatejaar, in een Japanse dojo te kunnen trainen. 

Maandag had ik naar aanleiding van een enquete onder uitwisselingsstudenten een interview met Nukita sensei van het CJLC. Ik wist van Miyuki, die met haar naar Takarazuka was geweest dat ze een fan is. Dus in plaats van met het interview te beginnen, werd eerst dat onderwerp aangesneden. Het duurde aanvankelijk een uur voordat we dan bij het daadwerkelijke interview aanbelandden. Dat ook weer twee uur duurde doordat op de een of andere manier steeds Takarazuka weer opdook. Voor buitenstaanders moet het een esoterisch gesprek zijn geweest en we raakten eigenlijk niet uitgepraat. Veel informatie zou ook niet boven tafel gekomen zijn, ware ik niet ook een fan... Een fascinerend gesprek. Volgende week gaan we op de enige vrije halve dag die ik nog kon vinden, naar 'The Man in the Iron Mask'. 

Behalve het afscheidsfeestje van karate was er ook het afscheidsfeestje bij mijn gastouders de Nanri's. Ook deze keer kwamen er weer Japanse specialiteiten op tafel. Ma maakte ter plekke tenpura, gefrituurde vis en groente. Daarbij werd onder ander een garnaal met ebi-chan aangeduid. Normaal gebruik je -chan (ipv. -san) als toevoeging aan een naam bij meisjes. Hun dochter Mio was er ook, samen met haar pasgeboren zoontje. Echt een schattige baby, Yoshi-kun (en -kun gebruik je bij jongensnamen). Ik had van de zus van ma Nanri geta (houten sandalen) gekregen en die moeten bijgesteld worden, dus ik zie ze nog een keer. Mijn delfst blauwe borduursel (sinds lange tijd weer aan de kruissteekjes) viel goed in de smaak en de krijttekening naar Van Gogh gemaakt door mijn vader ook. 

Vandaag waren de onderzoekspresentaties, oftewel de laatste loodjes. De meeste mensen lazen weer van papier. Ik kan mij over meer dingen verbazen rondom deze onderzoeken, maar daar zal ik niet verder over uitweiden. De laatste keer dat ik van papier heb gelezen tijdens een presentatie is minstens 8 jaar geleden. Het ging heel goed, behalve dat mijn presentatie wat uitliep en Kominami sensei mij achteraf discreet met wat krabbels op een papiertje de juiste lezing voor een titel van een boeddhistische tekst gaf. Zonet heb ik een e-mail ontvangen van Gonoji sensei dat hij mijn presentatie erg goed vond en of ik niet als vertegenwoordiger van de 'cultuur' onderzoeksstudenten wil speechen tijdens de afsluitingsceremonie. Dat wordt dus toch niet alleen maar spelen in Okinawa. 

Wat mij brengt bij dit moment. De spullen zijn min of meer ingepakt. Morgen vanaf Osaka Airport naar Okinawa. Als ik terug ben kan ik gelijk de volgende dag mijn ticket naar Nederland ophalen bij een of ander reisbureau dat je zelf moet zoeken in het doolhof rondom Umeda. Nou ja, ik weet nu in ieder geval met zekere tred de stations van JR en Hankyu te doorkruisen. Dat is al heel wat. 

donderdag 25 augustus 2011

De vier gezichten van Fuji

Een van mijn beste vriendinnen, Yao-chan, is vorige week weer terug naar China gevlogen. Ruta is met Yao en haar familie meegegaan. Mij ontbrak het aan financiele middelen om ook nog eens naar China te gaan. Al wil ik alle landen zien die hier vertegenwoordigd zijn in de dorm, nu is Japan voor mij toch the place to be. Uiteindelijk bleek de Maiko verkleedpartij de laatste keer dat ik haar zag, want ze kwam haar baggage ophalen op een 'verrassingsmoment', toen ik er net niet was. Ik was namelijk vroeg opgestaan om in de rij te gaan staan bij Takarazuka, 'The man from Algiers'. Tsukigumi (moon troupe) topstar Kiriya Hiromu was sterk en ondanks het feit dat het ging om een origineel werk van Japanse bodem, heeft de stijl van scenarioschrijver Shibata Yukihiro zo zijn charme. Dat de held als donderslag bij heldere hemel doodgeschoten wordt en vervolgens het doek valt is misschien een verdacht snelle en makkelijke ontknoping, maar anderzijds is dat verfrissend snel en het lijkt zijn handtekening te zijn. Normaal wordt er nog gezongen of zelfs gedanst al naar gelang het belang van de rol... Toevallig heb ik een Japanse docente ontmoet die onderzoek doet naar uitwisselingstudenten op de universiteiten van Kyoto en Osaka die een goed ingevoerd fan en recensieschrijver is. Ik zie haar maandag naar aanleiding van een enquete. Dat wordt leuk. 


Behalve Yao vertrekt morgen ook Miyuki (Brazilie), maar in dit geval staat iedereen om 5 uur 's ochtends op om met haar mee te lopen naar het station van de monorail. Yao is er echt vantussen geknepen, want iedereen dacht dat ze vrijdagochtend voor het laatst terug naar haar kamer zou komen voor haar koffers.
Ik zou bijna vergeten te vertellen dat ik zelf nu ook weet wanneer ik terug vlieg: 12 september, samen met Karina tot aan Frankfurt en ik kom dezelfde dag nog aan in Nederland. Dat is dan weer geluk hebben. Deze keer geen rechtstreekse vlucht van de KLM, maar het is leuk dat we samen kunnen reizen en dat ik nu ook eens mijn eigen oordeel kan vormen over die naar vernemen geweldige Lufthansa. 


Links: Kiriya Hiromu (Julien), rechts: Aono Yuki (Sabine)
Ise Jingu
Omdat het dinsdag O-bon was, ging ik naar de karateles op vrijdag. Er hangt een lijst in de dojo met 'Aafke's sayonara party' (oftwel 'afscheidsfeestje'). Dat gaat zondag de achtentwintigste gebeuren. We hebben vrijdagmiddag ook nog karaoke aangedaan. Daarna in razende vaart naar karate en de volgende ochtend om 5 uur op om met mijn gastouders naar Ise Jingu te gaan. Ise Jingu is een complex van Shinto tempels en de binnenste tempel is gewijd aan de godin Amaterasu Omikami. Het is een van de heiligste plekken binnen het Shintoisme. Je kunt niet rechtstreeks de binnenste tempel zien. Bezoekers gaan onder een torii (poort) door en staan dan voor de buitenste tempel. De binnenste tempel is omringd door vier lagen van houten schuttingen. Het hele complex wordt elke twintig jaar herbouwd vlak naast de oude en er wordt niets 'gerestaureerd'. Ze zijn nu bezig met de nieuwe, dus de oude tempels zijn bedekt met mos. Je mocht alleen voor de torii foto's nemen, dus weinig te zien op mijn blog.



Alle tempels zijn van dit eenvoudige soort. Alleen hout, geen spijkers.
Overigens komt ma Nanri uit Ise en het avondeten genoten we in het restaurant waar ze lang geleden met zijn tweeen kwamen... 's middags hebben we paling gegeten. Bovenop rijst is dat een onvergetelijke lekkernij en mijn gastouders hebben er volgens mij plezier in om mij mee te nemen naar Japanse restaurants. Ik eet namelijk alles en ben dol op sashimi en andere visgerechten. Ik heb zelfs een of ander schelpdier geprobeerd. Uit z'n draaischelp geplukt zag het er bijzonder onsmakelijk uit. De helft bestond uit een soort van gum. De andere helft was bitter. Als je van Franse kaas houdt is het afgezien van het aanzicht best te eten. 
We zijn behalve naar de binnenste en de buitenste tempel ook naar een museum geweest. Ook daar mocht je geen foto's nemen. Er was een hoop kleding en rituele objecten tentoongesteld, maar wat ook interessant was, was een doorsnede van een boom die een staakje was rond 1300. Er waren belangrijke jaartallen op aangegeven. De Pacific War (Tweede Wereldoorlog) schitterde in afwezigheid, maar de Franse Revolutie stond er wel op. 
Er waren in Ise een heleboel (herbouwde) gebouwen uit de Meiji-periode. Hier hebben we een beroemd streekgerecht gegeten:


Fuji-san
Dan naar de titel van deze post. De 22e, ook weer heel vroeg, ging ik met Galya, Eri en Juri, de tutor van Galya, naar de berg Fuji. We gingen met de bus en ik heb niemand boven de dertig gezien. Volgens mij bestond onze groep ('nummer 214') bijna geheel uit studenten. We vertrokken rond half acht vanaf Nanba en kwamen rond 6 uur 's avonds bij Fuji-san, 5th stage aan. Fuji is opgedeeld in 'stages' en de meeste mensen beginnen vanaf de 5e, op 2,3 kilometer. Er zijn echter op die hoogte verschilllende routes. Wij liepen de Yoshida Trail. We kregen eerst vrij onsmakelijk instant-achtig eten en toen begonnen we onder begeleiding van een gids aan de tocht. Ik had geen last van de ijle lucht, maar je maag wordt een soort van ballon. 


Vanaf hier vertrokken we. Vlnr: Juri, Eri, Galya, ik.
We liepen meteen boven de wolken en toen de nacht viel heb ik de helderste sterrenhemel ooit gezien. Ook Jupiter was zeer duidelijk te zien. De 6th stage kwam vrij snel, maar bij de langgerekte 7th stage moesten we in het donker met hoofdlampje de rotsen opklauteren. Vanaf ons vertrekpunt was er geen begroeiing meer en liepen we over hetgeen Fuji-san ooit uitgespuwd heeft, rode stenen. 







Bij de 8th stage hielden we halt, om 2,5 uur later verder te lopen naar de top. Maar daar zijn we nooit gekomen, want er stak een storm op. We moesten dus tot 5 uur 's ochtends in de hut verblijven. Dat was echt een giller. Je lag daar schouder aan schouder met een lange deken voor iedereen. Ons al uitgedeelde ontbijt in plastic zakjes hing als vleermuizen boven ons, de tassen aan het voeteneind. De schoenen van zo'n 50 mensen netjes op een rij bij de deur. Het was er geen seconde stil en men bleef maar heen en weer lopen. Om 1 uur 's nachts kwam het bericht dat we niet verder konden. Ik had een andere gids allang afgeluisterd. Daarbij kwam ook het zinnetje voor 'Jammer, er zijn hier ook twee groepen helemaal uit de Kansai gekomen...' Dat zijn wij dus. Dan weet je al hoe laat het is. 




Toen we om 5 uur 's ochtends buiten stonden, was het nog donker en stond er nog steeds harde wind en het regende. De zigzaggende afdaling was glibberig en ik had geen regenpak maar een regencape die veel te groot was uit Nederland. Om de tien seconden veranderde het landschap totaal door plotseling opduikende wolken/mist. 



Dezelfde plek. Zie ook de twee filmpjes hieronder.
Het leek wel mars, zo met die rode aarde. Maar we zijn veilig beneden aangekomen. Overigens loopt er dag en nacht een stroom mensen in kleurige regenpakken de vulkaan op en af. Enkele filmpjes:



Dit is echter hoe het er tien seconden later bij stond. Dit is echt dezelfde plek.


'De vier gezichten van Fuji-san' zijn de vier seizoenen die wij hier tegenkwamen. Hoewel je helemaal niet het idee hebt dat je een heilige berg beklimt, zoals toen we Atago beklommen, heeft hij wel karakter. Toen we begonnen was het zomer, zon boven de wolken, later heldere sterrenhemel. Daarna werd het steeds winterser en mistiger en in de hut was het ook behoorlijk koud, buiten een graad of 5 denk ik. Tijdens de afdaling regende het eindeloos, niet warm zoals de moesson, maar zoals een Nederlandse herfst. Terug beneden bevonden we ons weer in het groen en leek het wel lente. De volgorde klopt alleen niet... Fujisan betekent overigens 'de berg Fuji'. Niet 'meneer Fuji', mocht san je bekend voorkomen. Fujiyama is een in dit geval foute lezing van het woord 'berg', maar ze hebben die uitspraak in Japan zelf ook overgenomen en het pretpark aan de voet heet dan ook Fujiyama. Het zal wel cool zijn.

We daalden met de bus af vanaf de 5th stage en werden vervolgens bij een onsen afgeleverd. Dat was natuurlijk fijn, in een warm bad. We waren rond acht uur 's avonds weer terug in Osaka. 

Pepijn is ook op Fuji-san geweest. Het lintje is het teken van onze groep.